Debbie does Art slaat weer
toe op Dutch Design Week
Gepubliceerd op maandag 30 oktober 2006
door Mauk van der Woude
Debbie does Art, dat betekent kunst, techniek en meestal
interactie. En een hoop plezier. Ik bezocht gisteren
de Dutch Design Week in Eindhoven en het was weer raak.
Al van grote afstand hoor je het plezier uit de ruimte
van Debbie does Art stralen. Je wordt gewoon naar binnen
getrokken. Geweldig!
Verrasten ze de bezoeker vorig
jaar op de Cockroach Lounge, waar je met een aantal medespelers
kakkerlakken in een doucheputje moest zien te drijven,
dit jaar was je je eigen joy stick in Haunted Highway.
Hoe dan? Heel eenvoudig: je stuurt een auto op het beeldscherm
door de autostoel te verplaatsen. Heel eenvoudig? Of
toch niet? Het blijkt aardig lastig te zijn om de auto
op deze manier te sturen. En daardoor heeft het een zeer
hoge leukheidsgraad. En ook de achterliggende techniek
is eigenlijk niet zo eenvoudig als het lijkt. Hoe zorg
je ervoor dat je met een losse stoel een auto op een
computerbeeldscherm kunt besturen?
En dat maakt de installaties van Debbie does Art nou
zo leuk: het lijkt eenvoudig maar het is het niet. Dat
is wat kunst hoort te doen: het hoort je belevingswereld
aan te spreken en het hoort je aan het denken te zetten.
Eventueel met een forse knipoog. Daar zijn ze dus weer
eens in geslaagd. Volgende keer ga ik zeker weer kijken!
Website Mauk van der Woude: www.communityplaza.nl
Sturen met je achterwerk
Gepubliceerd op zaterdag 28
oktober 2006
door Ria Kerstens
‘Kom je deze week nog een testrit maken?’,
vroeg K. ‘Natuurlijk!’, riep ik overenthousiast
terug, want niemand anders vraagt dat ooit aan mij. Ik
wacht al eeuwen op een telefoontje van een bobo van Porsche,
Aston Martin of kannietschelen welke hippe, snelle vierwieler
dan ook. Maar nee hoor, dat krijg je alleen als je man
bent én verstand hebt van auto’s.
(Denk ik.)
En dus was ik ernstig vereerd door K’s uitnodiging.
Niet dat ik niet wist dat ontelbare anderen die ook kregen,
maar dat gaf niets. De uitnodiging stond. Dat het een
bijzonder ritje zou worden, wist ik toen ik een filmpje
in de mail kreeg en de mededeling dat de testrit onder
de titel: ‘Haunted Highway’ zou plaatsvinden.
Klonk uitnodigend. Net als de tekst die er bij hoorde: ‘Terwijl
de schemering een onaangenaam beklemmende sfeer over
het landweggetje laat neerdalen, komt er op je liftplek
met oorverdovend en hels kabaal een duistere wagen tot
stilstand. De chauffeur die al grijnzend de deur voor
je opent, laat de koude rillingen over je ruggenwervel
gieren op een wijze die je niet meer ervaren hebt sinds
je door de verloskundige onze aardbol opgeslingerd werd.
De alcoholdampen die zich beginnen te manifesteren zouden
in staat zijn een kudde bizons de horlepiep te laten
dansen…’
Anyroad, als liefhebber van design moest ik deze week
natuurlijk in Eindhoven zijn. Als ik vandaag opnieuw
een beroep moest kiezen, werd ik kunstenaar. Dat zou
dan zoiets worden als: ‘Ria does Art’, als
Debbie die naam al niet verzonnen had.
Ik ben jaloers op al die mensen die hun maffe, briljante
gedachtekronkels ook uit (kunnen) voeren. Sommige erg
functioneel, andere totaal onzinnig. En vooral dat laatste
lijkt me zo nu en dan heerlijk.
Dus reed ik met R. (mijn oudste zoon) naar het Temporary
Art Centre, het bolwerk van de Eindhovense ‘underground’ kunstenaars.
Alleen de TACsi’s zijn al een feest om te zien.
Voor één euro brengen ze je naar alle locaties
van de Dutch Designweek in de stad.
Maar eerst Debbie. En de proefrit. Samen met R. natuurlijk,
want alleen stap je niet bij zo’n onbekende, dronken
idioot in. Omdat hij te dronken was, moesten wij ‘rijden’.
Geen stuur te bekennen, net zo min als een gas- of rempedaal.
Om alle obstakels te ontwijken diende onze achterwerken
de bank waar we op zaten synchroon te bewegen. En ik
kan je zeggen: dat viel niet mee.
Bij de eerste tien obstakels wilde hij rechts en ik
links. Daardoor raakten we ongeveer alles wat we konden
raken en lagen meer dan eens in de berm. Hilarisch was
het wel. Nooit eerder kreeg ik de slappe lach van een
kunstwerk. Ik denk niet dat een testrit met een Aston
Martin dit had kunnen overtreffen…
(TRY ME!)
Website Ria Kerstens: www.tekstnuitleg.nl
Do it like Debbie
Door Claartje van den Broek
Een computer is niet alleen voor loners, als
je de machine tenminste met meer mensen inzet. Niet als
virtuele gemeenschap, maar in levende lijve. Dat kan
en het is nog leuk ook. En kunst. Vraag maar aan de mannen
van Debbie does Art.
Nee, niemand heeft een vriendin die Debbie heet. Ze
hebben haar zelf bedacht, nou ja deels. Zelf getekend
in ieder geval. De dame van Debbie does Art stal
in de jaren zeventig de show in de pornoklassieker Debbie
does Dallas. Ruben Olislagers heeft haar voor het
kunstproject weer wat hete adem ingeblazen. “Ik
heb d’r nog nooit echt op het scherm gezien nee,
we zouden eens wat films moeten zoeken...” Olislagers
vertelt over Debbie met een grote grijns, een grijns
die vrijwel het hele gesprek in zijn lichte kantoor aan
de Tongelresestraat aan blijft staan. Debbie does
Art is het project dat hij en vier andere multimediakunstenaars
puur voor het plezier doen. Alle vijf de leden van de
groep beheersen een eigen richting, bij ieder van hen
heeft die richting iets met computers en ontwerpen te
maken. Van animatie tot interaction design en van 3d-vormgeving
tot architectuur.
Cockroach Lounge, het eerste project, was een
interactief videospel waarin het publiek kakkerlakken
in een putje drijft. Te zien tijdens de week van het
Design 2005 en het festival STRP in maart 2006. De beesten
krioelden over een douchevloer en leken levensecht. Alle
beelden werden van bovenaf geprojecteerd en de deelnemers
kregen stickers op hun voeten, die ervoor zorgden dat
met camera tracking de beesten op de vloer verplaatsten.
Het project veroorzaakte veel lol bij zowel deelnemers
als makers.
Olislagers: “Mensen verzonnen zelf strategieën
om het spel te ‘winnen’, terwijl er in eerste
instantie helemaal geen echte prijs was. Dan zorgde ik
er stiekem voor dat het ze niet lukte om alle kakkerlakken
in het putje te krijgen. Later hebben we bedacht dat
de vloer zou trillen als de beesten waren opgeruimd.” Het
werk sloeg aan, Debbie kreeg vragen om in de rest
van het land op te komen treden. Ook MTV hoorde bij de
geïnteresseerden. Maar: “We willen niet steeds
hetzelfde blijven doen, het is niet onze opzet om een
formule uit te melken.”
Debbie is in 2005 geboren in het TAC, nadat Olislagers
op de week van het design in 2004 een zaal in zijn eentje
mocht vullen met zijn eigen project. “Het leek
me veel leuker om met een groep mensen samen te laten
zien wat Eindhoven op het gebied van multimedia te bieden
heeft.” Hij vroeg twee vrienden om met hem mee
te denken, niet veel later zaten vijf mannen rond een
grote tafel in café Berlage te overleggen hoe
ze het interactieve videospel een artistieke en eigen
dimensie konden geven. “We werken allemaal vooral
in opdracht voor verschillende bedrijven. Dat is leuk,
want je ziet hoe verschillende organisaties functioneren.
Maar het vrije werk was oorspronkelijk het uitgangspunt
van wat we op de kunstacademie deden. De samenwerking
bij Debbie is erg goed, we houden elkaar
scherp en maken dingen die we alleen nooit hadden kunnen
bedenken.”
Het basisidee waarmee ze aan de slag wilden, lag in
het verlengde van de grote tafel. Het was de bedoeling
dat mensen aan konden schuiven en met stickers op de
hand zelf voor dj en vj konden spelen. De camera zou
registreren naar welke keuze ze hun handen bewogen. Maar
een projectie op de vloer leek toch leuker. Olislagers: “Als
je op de vloer staat en mee kan doen is de intentie veel
natuurlijker.” De grens tussen de virtuele en werkelijke
wereld roept daarmee eerder vervreemding op. “Het
gaat ons erom dat de toeschouwer zelf het spel maakt.
Als niemand iets doet, gebeurt er niks. De interactie
is belangrijk. Als je meedoet ga je eerder over het kunstwerk
praten, ook met mensen die je niet kent. In een museum
zie je bijvoorbeeld een schilderij, daar ontstaat een
gedachte over en je gaat met je eigen ervaring naar huis.
Door het spelelement in ons werk doe je vanzelf je mond
open. Wij krijgen dan meteen feedback, praten met het
publiek en natuurlijk met elkaar. Zo komen er heel snel
nieuwe ideeën en op een speelse manier ontmoeten
alle lagen van de bevolking elkaar. We hebben met z’n
allen staan springen omdat het zo goed was gelukt. Ja,
ik kan Debbie goed promoten…”
Ten tijde van het gesprek werken de Debbieërs druk
aan hun concept voor het Grid Lock festival van 15 september
in het TAC. Terwijl de bands optreden is er namens hen
in de zaal een raster van laserstralen op 1.80 meter
hoogte, waar de bezoekers als ze bewegen geluiden mee
kunnen maken. Bijvoorbeeld juich en klapgeluiden “dan
hoeven ze dat zelf niet meer te doen”, met mogelijkheid
tot honderd verschillende klanken. Olislagers noemt dit
radarwerk grid, het is door Debbieër Edward
Erasmus zelf bedacht en eerder voor een dansvoorstelling
gebruikt. Dansers zorgden daarin met hun bewegingen voor
de compositie van hun eigen klankspel. Ze hopen op een
zelfde effect voor het publiek bij Grid Lock, maar er
is zo veel technisch overleg –intensief emailverkeer-
dat er nog een heleboel kan veranderen.
Olislagers vertelt luchtig en makkelijk over het project,
maar het kan geen kunst zijn als er geen maatschappelijk
verhaal achter de motivatie zit. Want in wezen onderzoekt Debbie
does Art met haar absurde spellen of de computer
in de reële werkelijkheid ook een sociale rol kan
vervullen. “In principe zit je altijd alleen achter
de computer, je hebt geen contact met de buitenwereld.
Ook al maak je via internet deel uit van een groep, als
persoon vereenzaam je makkelijk. Wij willen dat met de
interactiviteit in ons werk doorbreken.”
Bij alle evenementen waar de mannen met hun werk aanwezig
zijn, zorgen ze ook voor een levensechte Debbie.
Een cheerleader in de goede outfit, die de bezoekers
over de drempel van het spel heen lokt. Als we even chargeren:
techniek is bij Debbie de man, de vrouw de verleider. Debbie zelf
weerhoud zich van dergelijke boude beweringen.
Op de Dutch Design Week 2006
Geïnspireerd
door David Lynch heeft Debbie does
Art zich op de roadmovie gestort. Interactief natuurlijk.
Tijdens de week van het Design eigenen ze zich een
ruimte in het TAC toe, waar de bezoeker zich na betreden
in een zinderende nachtmerrie waant. Het publiek komt
terecht bij een kruispunt van wegen en zal zich moeten
overgeven aan een onheilspellende rit in een rijdend
blik zonder duidelijke koers. Wie deelneemt aan het
parcours is zelf verantwoordelijk voor de route…
Debbie does Art bestaat naast Ruben Olislagers (33)
uit Krijn Hendriksen (40), Edward Erasmus (39), Timo
van Doren (36) en Rien Daamen (38). |